De wereld ging open

31 08 2008

Zomer 1982. Het secundair wenkt. De lagere school afgesloten. Het gevoel van groot worden. Me voor het eerst bewust worden van het feit dat ik een meisje ben. Een meisje waar jongens wel mee willen babbelen. (Het kussen kwam zo veel later dat het bijna een jeugdtrauma werd, … ander verhaal, andere tijden)

Een meisje dat zoekt, naar wie ze is, wat ze is. (Een zoektocht die niet eindigt)

Maar vooral het gevoel van vrijheid, van iets nieuws, een ontdekkingstocht die wenkt.

Dit nummer brengt me terug in die tijd. Het is van 1980 maar voor mij symboliseert het mijn vakantie tussen lagere en middelbare school.

Met mijn ogen dicht in de woonkamer, heen en weer wiegen, meezingen en vooral keicool zijn. En dromen van een jongen die me wél wilde kussen.

Vandaag voel ik me weer zo. Zenuwachtig, gespannen …morgen is het zo ver. Val ik weer, vlieg ik er weer in. Zin ontbreekt me. Zenuwen overwoekeren de goesting. En toch … daar is dat sprankje nieuwsgierigheid weer, angst overgoten door vreugde. Ik ga het weer doen. Ik ga het kunnen.
Ooit word ik gekust.

Waarschijnlijk door een kikker.

Advertenties




Leven is een kaartspel 27

30 08 2008

Klaveren aas:

De prak. Zo heet het voer van alledag. 





’t Rievierenhof

30 08 2008

– Mama, is dat een cowboy?

– Neen, jongen, das een jood.

Wij noemen de dingen bij de naam.





29 08 2008

Mijn zomerbriesje, mijn lentewolkje, mijn herfstblaadje, mijn winterelfje …

De zon in mijn leven,

de regenboog na de bui,

Julie Andrews favoriete liedje,

Nicole en Hugo’s grootste hit,

dat alles, ja, dat alles …

zing ik vandaag, luidop.

Want dit is voor altijd!





Blijf van mijn erf

28 08 2008

Je bent een tuinmens. Het is één van je grootste passies. Je wordt helemaal wild van éénjarigen, tweejarigen, schaduwplanten, rotsstruiken, vijvertjes en god weet wat nog. Familiaal werd de microbe doorgegeven, zodanig beklijvend dat je zelf al (in alle bescheidenheid) een inspiratie wordt voor anderen.

Elke dag wordt je tuintje opgepoetst, je plaatst nieuwe plantjes, bekijkt de oude nog eens en geniet uren van je geleverde werk. Je bent er trots op. Ook anderen vinden dat het mag worden gezien. Ze komen eens langs, plaatsten zelf ook een plantje of bekijken het en geven je nadien een live-complimentje. Je plaatst een tellertje aan de ingang van je tuin en merkt dat er soms wel bijna 300 mensen per dag je tuin binnenwippen. Om te kijken, te ruiken, te voelen, mee te maken. Alles wat ze achterlaten is mooi en verzorgd. Ook zij hebben respect voor je arbeid, de liefde waarmee je alles onderhoudt. Hun hartverwarmende reacties doen je deugd.

Je gaat zelf ook wel eens in andere tuintjes kijken. Sommige bezoek je met veel respect, ze boezemen je wat ontzag in, bij andere zet je je meteen op de bank en bekijk je samen met de eigenaar hoe prachtig het wordt. En bij sommige tuintjes sta je met je mond vol tanden en voel je hoe je thuiskomt in dezelfde wereld. Soms ben je zelfs bijna afgunstig op de kunst van anderen. Zo prachtig is hun hof.

Je gaat naar tuinmeetings. Allemaal mensen met dezelfde passie, dikwijls in andere vormen uitgevoerd. Jouw mening wordt niet altijd gedeeld. Soms kan je zelfs niet opschieten met de tuinder in kwestie. Toch gebeurt alles in een groot respect voor de inzet en de intensiteit van de persoon die zijn eigen tuin de mooiste wil maken..

Je durft al eens mee te doen aan wedstrijden. Unieke en creatieve kansen bieden zich aan. Je leert mensen kennen die je inspireren. Je merkt de liefhebbers van zonnebloemen, stokrozen en cactussen op. Jijzelf zit eerder bij de kasplantjes. Fragiel en teer, handle with care. Je devies.

Je merkt dat niet al je bezoekers even netjes met je tuin omspringen. In levenssituaties, waarbij je tuin van geen tel mag zijn, word je aangesproken op je manier van zaaien en oogsten, op hoe je omgaat met je planten en welk effect ze hebben op het dagelijks leven van je gasten. Niet iedereen is een genodigde.

Via via kom je te weten dat er soms logé’s zijn die je tuin als argument van discussie gebruiken. Die jouw werk niet begrijpen en er misbruik van maken.

Dan beslis je om enkele perkjes in te perken. Een haagje errond, een deurtje ervoor. Mede-gepassioneerden van harte welkom, je geeft hen graag de sleutel tot die bloembedden die je nauw aan het hart liggen, waarin je je hart en ziel legde. Anderen kunnen er niet bij. Ze zijn nog steeds graag gezien in je tuin. Ze mogen er zijn. Maar dat ene perk is voor jezelf en je zielsverwante tuinders.

Dan vindt iemand het noodzakelijk om je laatst aangelegde perk te bekladden met wat modder. Je zag deze persoon nooit voordien, je kende hem niet. Je was niet op de hoogte van zijn bezoeken.

Hij zou ook een warm welkom gekregen hebben indien je had geweten van zijn (regelmatige) visite. Daarom sta je even met je mond vol tanden. Je verwacht het niet, dat er mensen zijn die gif strooien op jouw plekje. Mensen die jouw tuin niet mooi vinden, kiezen best een andere uit. Eentje die hun smaak aanspreekt, die hén gelukkig en blij maakt, enkel bij het zien van de mooie bloemen en planten.

Indien u mijn tuin niet mooi vindt, gelieve hem te passeren. Het is ook altijd mogelijk om vriendelijk uw gedacht te zeggen over mijn gekoesterde lievelingen. Maar wees lief: ik steek er mijn ziel in, mijn diepste roerselen worden geëtaleerd … prop ze niet op om in de vuilbak te smijten, zoek een andere schietschijf/doelwit.

Alle gekheid op stokje: ’t is maar een simpel blogje, mensen!





Wijsheid

27 08 2008

– O, ik heb zoooo’n zin in kussen.

– Mamaaaah, dino’s kussen niet.

– Das spijtig.

– Ja, jij doet dat misschien graag, maar dino’s, die kennen dat niet, mama. En trouwens, ik ben een t-rex en dat is een vleeseter. Dus pas maar op, hee mama!

– En wanneer krijg ik dan mijn zoontje terug? Want ik heb zoooo’n zin in kussen.

– *rolt met zijn ogen en zucht diep*. Wanneer ik zelf zin heb, hee mama. Nu dus NIET!

Pfff, sinds wanneer begint de pubertijd op vijf jaar?





Hevig

26 08 2008

Ram ik bijna de vangrails op het rond punt van Wommelgem.

Het is namelijk heel belangrijk om de hihats op het juiste moment te spelen. Mijn stuur is de tom-tom en mijn gaspedaal de basdrum. Nét geen ongeluk. Das een geluk.