Wee(r)-moed

25 03 2009


Het huilen staat me nader dan het lachen. Maar tranen stromen niet.
Iets anders wel.
On-aan-raakbaar. Het fladdert.
Langs mijn ogen via mijn hart en ziel naar de onderbuik. Mijn kern die me steeds de weg wijst. Ik luister niet altijd.
Koppig mens.
Ik.

Koppige buik.
Signalen sturen die vallen als druppels op een hete plaat. Het kookpunt is bereikt. De golf die me overspoelt wanneer ik hen omarm maakt alles duidelijk.
Keuzes maken.
Voor mij. Niet voor een ander.
Ik wentel me in hun enthousiasme, hun warmte. Het is thuiskomen.
Door hen. Bij mij.

Het huilen staat me nader dan het lachen. Ik glim. Ik ween. Weemoed.

Advertenties




Haar lijnee ja?

19 03 2009

“Amai, dat is nog eens met de deur in huis vallen.”

Mijn schaapachtige glimlach klimt twee toonhoogten en mijn pols ervaart de zwaartekracht op hardhandige wijze. Het is dát of met mijn klikken en klakken op de pasgepoetste vloer vallen. De drie aanwezige kinderen snellen in mijn richting. Kinderen? Euh?  Bij nader inzien zijn ze toch meerderjarig, geloof ik. Ze klinken ook zo.

Terwijl de ene me naar een stoel verhuist, gaat de andere dé fiche halen. Na het noteren van naam en adres krijg ik één hip boekje met hippe kapsels voorgeschoteld. Ze woelt wat door mijn haar, geeft op- en aanmerkingen in de zin van veel en dun en zwaar uitgevallen. Terwijl ik levensgroot geconfronteerd wordt met mijn lach/huilrimpels, streelt de strakke deerne mijn haardos als was het een gepluimde kip. Au.

De rosse jongeheer met hip l’orealkapsel loodst me richting wasbak. Een flatscreen met Sex And The City is mijn gezelschap tijdens de bijzonder zwijgzame tocht-naar-de-wasplaats.

Dan barst hij los: “Euh, ik goa u een poar vroagskes stellen om te weten wat we met de hoartjes moeten doen, m’vrouw. Oe lang is het geleden dat u u haren eeft gewassen?”

Mijn brein springt in vijfde versnelling. Dinsdag.

Het blijft stil achter mij. In de overtuiging dat het nog wel meevalt met die vragen, sluit ik mijn ogen en ontspan ik mijn rug. Mijn brein voelt nog iets aankomen. Ja, hoor ….

“Drie doagen …” komt het twijfelend. Mmm, daar deed hij toch wel lang over. Om dát uit te tellen!

De kapperinquisitie vervolgt. Neen, ik heb geen vet haar. Ja, ik heb last van roos.

Dat had ik beter niet gezegd. Zijn vingerknokkels overtuigen mij ervan dat roos om marteling vraagt en ik beter mijn mond hou in de toekomst. Het besluit ‘altijd vriendelijk blijven’ begint inspanningen te vragen.

“Wenst u een verzorgingskeu, m’vrouw?” Ik bijt mijn tong af. Bijna vroeg ik een beiteltjeu, een hamertjeu en een zaagskeu.

“Denkt u dat het nodig is?” (met ondertoon van “vindumijnaaronverzorgdofzo?”) Gemompel aan mijn achterkant. Het balsempjeu wordt snel geklasseerd. “Ghebt dat vooral nodig voor u lengtes, ee m’vrouw. En er gaat toch een eel stuk af, ee?”

Mijn zucht naar ‘untellegentie’ smoor ik in een kuch. Ik mis MIJN kapper!

De massage maakt veel goed. Vanwege mijn vriendelijkheidsprobleem verwoord ik mijn genoegen. “Dat mocht u nog wat langer doen, dat doet deugd.” Hierbij geef ik wel toe dat mijn smalltalkvermogen ook niet echt jé dat is. Zijn strakke ‘alstublieft m’vrouw’ maakt dat nog duidelijker.

Zijn genoegen groeit wanneer hij mijn natte haren kamt. ‘Voilá m’vrouw, dat verzorgingskeu was niet echt nodig. Als een mes door boter.”

Mijn wenkbrauwen stijgen weer enkele verdiepingen. Is mijn haar dan tóch vettig? O, hij doelt op de gladde affaire die de kam en mijn haar aangaan. A … ja … nu snap ik het.

Op weg naar de stoel. Ik voel me een dead-woman-walking.

De reuzengrote spiegels weerspiegelen mijn olifant-in-een-porseleinenkast-gehalte. Drie kappertjes die sedert vorige week pas auto mogen rijden en ik in het meervoud. Dat is smeken om complexen, me dunkt. Ach … in alle stilte wordt alles geknipt. Ik glimlach er wat rimpels bij. Ik verslik me in het platte watertje dat mijn handtas vergezelt. Ik vrees de schaar.

Op een uurtje word ik van de jaren 80 gekatapulteerd naar het heden. Ik kom als een perfecte kloon van de drie karpertjes euh … buiten.

Aaaaagggghhhhhh …. Ik ben een man!





Emotions

16 03 2009

Terwijl ik vorige week al gillend een lama in de lucht gooide en luidkeels luidop lachend Stef bij zijnen collier greep, besefte ik dat ik af en toe een gillend wijf ben. Dat krijsen deed ik gisteren in een volle bakkerszaak. I. was jarig en ontbeet. In gezinsverband. Gelukkig dat het gezin resistent is aan een gillende Tantieris. Langdurige training doet zelfs de kleinste kleuter glimlachen bij aanblik van een hossende hopsende madame die hun moeder liefdevol om de hals vliegt.

Ik ben terug. Nog niet helemaal maar bijna. Dus hierbij dankjewel aan alle steunende vriendjes die weten dat een gillende Tantieris teken van leven en liefde is. En dat stilte dikke miserie betekent. Ik koop u allen oordopjes voor Pasen.

De stilte is voorbij. Wat fijn.

volumeknop op 50

stoelen aan de kant

ik breek los

en gil … zoals Mariah. (maar dan niet zo loepzuiver)





Ik ben een vrouw

8 03 2009

en neen, hier volgt geen idioot clipje van Joyce en consoorten.

Lisa is all woman. Altijd al geweest. Niet écht knap maar mét uitstraling. Vandaag ben ik strijdlustig. En vrolijk. Uit de weg te gaan.

Ik sla met mijn vuist op de tafel. Ik ben fél en aanwezig.Vrouw zijn is soms shit maar dikwijls zo heerlijk. En behandeld worden als ‘vrouw’ is nog heerlijker. Wanneer hij door mijn haar streelt en ik hem mijn hals aanbied. Wanneer hij zijn hand op mijn onderrug legt en de deur opent. Wanneer hij lacht tegen mijn wang en fluistert in mijn oor. Hij kan mij krijgen. Ik zeg: nóg, nóg, nóg … want vandaag ben ik onverzadigbaar.

Zo’n clipje maken lijkt me zalig. En tegelijk zalig lollig.





Donder en op – i can do better than you van Sarah

3 03 2009

Soms kijk ik naar jou
van hoog
gelukkig hoog
nu
want toen
toen zat ik zo laag.
Ik weet
in hart
in ziel
en vooral in die zachte onderbuik van mij:
ik kan beter dan gij.
Slechts jij-zelf zijn
deed me zien
dat ik
en jij
niets
maar dan ook echt niets.
Mooie memories
het zal me een … wezen.
Ik heb er het schijt en veel lak aan.
ik kan beter dan gij
Dat is
zeker.





27 02 2009

Het lijkt alsof ik mij oscargewijs vergist heb in de hoeveelheid botox. Links is mijn mond compleet Angelina Jolie. Rechts nog steeds Calista Flockhart. Rechts is normaal. Links is een probleem. Qua overtuiging niet. Dan is het omgekeerd.

Mijn favoriete, geliefkoosde en meest gekoesterde hobby moet eraan geloven. Ik kan niet meer kussen. Ik ‘zweer’ het. Daar lijkt het toch op.





Liefde is:

19 02 2009

wanneer hij met zijn hand over je hoofd streelt en zegt dat je er ongelooflijk goed uitziet.

Terwijl je weet dat je spierwit bent, (en … ok … wel een kilo of drie kwijt), je haar alle kanten uitsteekt omdat je al een week in bed ligt, je stiekem van achter je hand ademt omdat niet eten nu eenmaal geen festijn is voor een aquafresh-geurige adem. Yep, dat is liefde. Hier. In huis. Zieken-huisliefde.