Te hard

28 03 2009

Zo gauw ik pers
voel ik
dit wordt niets …
té erg mijn best te doen
té hard proberen.
Ik schraap de oppervlakkigheid
van mijn woorden
en giet ze
kap ze
snij ze in de verlangde vorm
Ik besef
mijn woorden zijn on-niet-vormbaar
ik baar ze
en ze zijn áf.
Er van af.
Nu ik nog.

Advertenties




Wee(r)-moed

25 03 2009


Het huilen staat me nader dan het lachen. Maar tranen stromen niet.
Iets anders wel.
On-aan-raakbaar. Het fladdert.
Langs mijn ogen via mijn hart en ziel naar de onderbuik. Mijn kern die me steeds de weg wijst. Ik luister niet altijd.
Koppig mens.
Ik.

Koppige buik.
Signalen sturen die vallen als druppels op een hete plaat. Het kookpunt is bereikt. De golf die me overspoelt wanneer ik hen omarm maakt alles duidelijk.
Keuzes maken.
Voor mij. Niet voor een ander.
Ik wentel me in hun enthousiasme, hun warmte. Het is thuiskomen.
Door hen. Bij mij.

Het huilen staat me nader dan het lachen. Ik glim. Ik ween. Weemoed.





Donder en op – i can do better than you van Sarah

3 03 2009

Soms kijk ik naar jou
van hoog
gelukkig hoog
nu
want toen
toen zat ik zo laag.
Ik weet
in hart
in ziel
en vooral in die zachte onderbuik van mij:
ik kan beter dan gij.
Slechts jij-zelf zijn
deed me zien
dat ik
en jij
niets
maar dan ook echt niets.
Mooie memories
het zal me een … wezen.
Ik heb er het schijt en veel lak aan.
ik kan beter dan gij
Dat is
zeker.





2 03 2009

Spreek …

want de stilte tussen ons is luider dan duizend woorden,

zwaarder dan draagbaar.





Verrijzenis

21 02 2009

Pasen valt wat vroeger dit jaar. Vandaag namelijk.

Ik stap op. Ik sta op. Mijn winterslaap is voorbij.

Begraven was ik. Onder zwarte grond zonder kiemen. Onder donkere dekens zonder dons. Sommigen noemen dat depressief. Ik noem het winterslaap. Al jaren gaat dat zo. Verwelk ik. Versomber ik. Meestal van november tot maart. Meestal zwijg ik dan. Is het stil aan deze kant van de lijn. Mensen vinden dat eng. Weten niet hoe ermee omgaan. Of laten gewoon ook niets meer horen. Ik heb daar last van. Ik zeg er niets over en ben mijn eigen vrolijke zelf. Niemand ziet het. Mijn rugzak. Mijn winter-coma.

Elk jaar wordt hij langer. Deze keer was het kort maar zwaar. Intens. Twee maanden geen Tantieris. Geen Iris. Twee maanden huilerig en ziek. Letterlijk en figuurlijk.

Vorig weekend kwam de ontploffing. Het was kantje boordje. De afgrond lonkte. Ik werd verleid. Om te springen. Om te duiken. Jezelf laten gaan kan zo heerlijk zijn. Gewoon liggen en je overgeven aan de golven van Doem. Geen Duel. Volledige Capitulatie.

Maar de woorden van iemand die me meer pijn deed dan ik ooit meemaakte, gaven kracht: “Je kan er voor kiezen om op te staan. Om uit de Doemdenkerij te stappen. Dan kan je het gewone leven weer in. En aan.”

Dus ik kies. Om te gaan. Kleine babypasjes. Schuifelen door de living en het leven.

Door twee maanden gewichtloosheid moet ik opnieuw leren stappen. Ik ben Lance Armstrong en Dirk Frimout in één. Een kleine stap voor de mensheid maar een grote voor Tantieris. Ik stap. Op.





Lucht(ig)

20 02 2009

Soms moeten dingen gezegd. Hoe zwaar en zwart en lelijk ze ook zijn. Ik toon ze.

Het maakt alles licht(er) en luchtig. Draaglijk(er).

De pijn durft vergroten. De last wordt zwaarder. Maar mee-dragen ontlast. Alleen-dragen martelt.

We zetten onze schouders eronder. We zullen doorgaan. Tot het licht niet meer schijnt en de ogen zich sluiten. Tot dan.

Ramses doet het ook.





Wij zijn twee vriendjes … zij en ik …

11 02 2009

Wanneer een vriendin begint te watervallen bij het bovenhalen van een citroen, weet je dat er iets mis is. Haar ‘frank’ viel dan ook meteen. De citroen werd gesneden, het water gekookt en de troost-chocola getoverd.

’t Is niet altijd een mooi zicht. Dat vrouwengeklater. Eerst het trekken van de mondhoeken, dan het rollen van tranen, het neussnuffen vervolledigt het plaatje. Eentje dat altijd eindigt in slappe lach en knuffels en ‘ik zie u graag” en “ik mis u zo” en “ik ben zo blij dat ik u heb.”
Ze is mijn beste maatje … al meer dan dertig jaar. Zwaar verwaarloosd. Door mij. Soms één, twee of zelfs drie maanden geen telefoon, geen sms, geen mail. In deze tijden van contactgekte is dat schandalig.

’t Is dat ik weet … als het er op aankomt…
Dus stond ik aan haar deur. Met zakdoekengesnuf en gebleet. Zo van dat gejank met geluid en hulpeloos gestamel dat zij natuurlijk compleet begrijpt. Ik Jank en Stamel en Stotter en Snuif en zij doet gewoon gezellig mee want dat alles samendoen is zo heerlijk troostend. Nadien zeuren we nog wat over ons figuur en het figuur van ons mannen. Over ons (schoon)moeders en zusters. Over onze collega’s en ons werk. Over de kinderen en het weer.

Met ook al dertig jaar dezelfde slotsom: Wij zijn goed bezig!

Christian zegt het ook … 😉