De Romantiek

24 03 2009

In mijn vorig leven ruisden de rokken, giechelden witgeschminkte dames achter hun hand, hadden mannen constant pyjamabroeken aan met hun kruis tussen hun knieën. Stierven mensen van de griep en het liefdesverdriet. Wachtten ze jaren en jaren op de ware liefde. En stierven dan daarna aan de pest.
Of zoiets.
Was het leven hart en smart en hard.
Steeds verlies ik mezelf in romantische drama’s. Valt mijn mond open bij al dat leed. Glimlach ik zachtjes bij de voorzichtige aanrakingen, de verborgen blikken. Smelt ik en duik ik in nostalgische tuimelingen van de ziel. Droom ik van lange, brede rokken met kanten onderhemdjes.

Realitycheck gevraagd. Want ik kijk nooit nog naar Eén op dinsdagavond. Google vertelt me dat het allemaal niet goed afloopt. De romantische ziel in mij kan daar niet tegen. Tuiten en tranen.

Of zoiets.

Advertenties




Mieren

24 03 2009

niet in mijn hoofd, deze keer.
In de keuken.
Eigen schuld, dikke bult. Ik maar roepen op de zomer!





Kuifje in disguise …

22 03 2009

Zo noem ik hem. Niet altijd ben ik het met hem eens. Maar wanneer ik hem hoor praten over Toscane, literatuur, zijn geloof in een multiculturele samenleving, zijn hoop voor een maxi-Europa zonder mono-mensen, zijn menselijke foutjes en kantjes die hij er niet afloopt maar fietst…
Dan denk ik vandaag, na het interview op Radio 1: Ik vind Guy Verhofstadt een sympathieke mens. De politicus in hem rustte even uit, sijpelde wel binnen maar werd overspoeld door het hoge Kuifje in Europa-gehalte dat ik steeds in hem zie.
De Guy is zo slecht nog nie.





Spring eens in the air …

21 03 2009

’t Is Lente, zeker?

Anita Baker bakt weer iets moois.





boodschappenlijstje

21 03 2009

geschreven door manlief:

– frieten

– pommes frites

– pattates frites

– frietjes

– FRUTTEN !!

(volgens mij wil hij iets duidelijk maken????)





20 03 2009

En plots ben ik blogger van de week. Amai!





Haar lijnee ja?

19 03 2009

“Amai, dat is nog eens met de deur in huis vallen.”

Mijn schaapachtige glimlach klimt twee toonhoogten en mijn pols ervaart de zwaartekracht op hardhandige wijze. Het is dát of met mijn klikken en klakken op de pasgepoetste vloer vallen. De drie aanwezige kinderen snellen in mijn richting. Kinderen? Euh?  Bij nader inzien zijn ze toch meerderjarig, geloof ik. Ze klinken ook zo.

Terwijl de ene me naar een stoel verhuist, gaat de andere dé fiche halen. Na het noteren van naam en adres krijg ik één hip boekje met hippe kapsels voorgeschoteld. Ze woelt wat door mijn haar, geeft op- en aanmerkingen in de zin van veel en dun en zwaar uitgevallen. Terwijl ik levensgroot geconfronteerd wordt met mijn lach/huilrimpels, streelt de strakke deerne mijn haardos als was het een gepluimde kip. Au.

De rosse jongeheer met hip l’orealkapsel loodst me richting wasbak. Een flatscreen met Sex And The City is mijn gezelschap tijdens de bijzonder zwijgzame tocht-naar-de-wasplaats.

Dan barst hij los: “Euh, ik goa u een poar vroagskes stellen om te weten wat we met de hoartjes moeten doen, m’vrouw. Oe lang is het geleden dat u u haren eeft gewassen?”

Mijn brein springt in vijfde versnelling. Dinsdag.

Het blijft stil achter mij. In de overtuiging dat het nog wel meevalt met die vragen, sluit ik mijn ogen en ontspan ik mijn rug. Mijn brein voelt nog iets aankomen. Ja, hoor ….

“Drie doagen …” komt het twijfelend. Mmm, daar deed hij toch wel lang over. Om dát uit te tellen!

De kapperinquisitie vervolgt. Neen, ik heb geen vet haar. Ja, ik heb last van roos.

Dat had ik beter niet gezegd. Zijn vingerknokkels overtuigen mij ervan dat roos om marteling vraagt en ik beter mijn mond hou in de toekomst. Het besluit ‘altijd vriendelijk blijven’ begint inspanningen te vragen.

“Wenst u een verzorgingskeu, m’vrouw?” Ik bijt mijn tong af. Bijna vroeg ik een beiteltjeu, een hamertjeu en een zaagskeu.

“Denkt u dat het nodig is?” (met ondertoon van “vindumijnaaronverzorgdofzo?”) Gemompel aan mijn achterkant. Het balsempjeu wordt snel geklasseerd. “Ghebt dat vooral nodig voor u lengtes, ee m’vrouw. En er gaat toch een eel stuk af, ee?”

Mijn zucht naar ‘untellegentie’ smoor ik in een kuch. Ik mis MIJN kapper!

De massage maakt veel goed. Vanwege mijn vriendelijkheidsprobleem verwoord ik mijn genoegen. “Dat mocht u nog wat langer doen, dat doet deugd.” Hierbij geef ik wel toe dat mijn smalltalkvermogen ook niet echt jé dat is. Zijn strakke ‘alstublieft m’vrouw’ maakt dat nog duidelijker.

Zijn genoegen groeit wanneer hij mijn natte haren kamt. ‘Voilá m’vrouw, dat verzorgingskeu was niet echt nodig. Als een mes door boter.”

Mijn wenkbrauwen stijgen weer enkele verdiepingen. Is mijn haar dan tóch vettig? O, hij doelt op de gladde affaire die de kam en mijn haar aangaan. A … ja … nu snap ik het.

Op weg naar de stoel. Ik voel me een dead-woman-walking.

De reuzengrote spiegels weerspiegelen mijn olifant-in-een-porseleinenkast-gehalte. Drie kappertjes die sedert vorige week pas auto mogen rijden en ik in het meervoud. Dat is smeken om complexen, me dunkt. Ach … in alle stilte wordt alles geknipt. Ik glimlach er wat rimpels bij. Ik verslik me in het platte watertje dat mijn handtas vergezelt. Ik vrees de schaar.

Op een uurtje word ik van de jaren 80 gekatapulteerd naar het heden. Ik kom als een perfecte kloon van de drie karpertjes euh … buiten.

Aaaaagggghhhhhh …. Ik ben een man!