Gemengde werelden

31 03 2008

De laatste tijd sijpelen er heel wat uitnodigingen binnen. Voor mijzelf op mijn tantierisadres, van lieve bloggers en blogsters. Een uitnoding om eens te komen kijken, te komen babbelen, te schrijven en nog meer van die leuke dingen.

In mijn enthousiasme (spring) ga ik daar graag op in… maar ik ken mezelf nu al wel een beetje en trek dan even aan mijn eigen kraag.

Ho, ho, Tantieris (mét Santa-intonatie, natuurlijk) … wat ben je van plan?
Dat bloggen was toch alleen maar voor uzelf? Dat ging toch anoniem zijn?
Enkel die kleine stukken van uzelf aan vreemden tonen en de rest voor het echte leven bewaren?
Was dat niet de bedoeling?

Het laatste jaar gaat mijn wereld open door dat bloggedoe van mij. Niet dat zoiets echt nodig was. Een journalist van een heel bekend vrouwen/meisjesblad heeft me doen beseffen dat ik heel blij ben met mijn ‘reallifestatus’. Goeie vrienden, lieve familie, een zalig gezin … mijn hart is gevuld met mensen die goed voor me zijn.

Toch trekt die blogwereld. Alsof het iets nieuws is, boeiend en interessant, iets dat me nog completer maakt. Ik kan er iemand zijn die ik zelf ook wel tof en grappig vind, ik toon mezelf niet helemaal, enkel datgene dat ik wil tonen. Dat is veilig, dat is niet bedreigend, dat is een zeer aangename plek om te vertoeven.

Dat kan in het echte leven niet. IK kan dat niet. Wanneer ik gedwongen word om mezelf wat te forceren, om iets te verbergen (door bepaalde omstandigheden die buiten, maar soms ook binnen, mezelf liggen) word ik ongelukkig en een bijzonder vervelend mens. “In your face”, dat ben ik. Tot grote schade en schande van mezelf!

Vandaag stel ik me de vraag: in hoeverre kan ik twee werelden vermengen? Want steeds is er die puberale angst van ‘het grote goedvinden’. Wanneer ik zelf bloggers ontmoet, vind ik hen in het echt soms veel toffer dan op hun blog of ook wel andersom. Dan neem ik me voor om die blog (=die persoon) eens wat dieper te bekijken, enkel en alleen omdat ik hen écht ontmoette.

Natuurlijk is het al veel te laat. Er zijn al te veel bloggers ‘outthere’ die mijn gezicht en mijn schrijfsels weten te combineren. Soms vind ik dat niet zo tof. Soms ook wel.

Dus op de volgende viaviaborrel zal ik er echt bij zijn, Lieve Anamcara. En op 12 april ontmoet ik voor het eerst Molady. (Een ontmoeting waar ik nu al bijna niet meer van slaap) En over al de rest zwijg ik … dat vertel ik ooit nog wel eens… een mens moet nog een beetje voor zichzelf houden, niet?

Advertenties




Wijvenweek: vrouwenmuziek in opwaardering!

30 03 2008


Aangezien mijn lijf, mijn man, mijn kind, mijn huishouden en mijn kleren al aan bod kwamen, wil ik nu mijn ziel even blootgeven.

Of beter, wat er steeds in mijn ziel zit: muziek. Van ’s morgens vroeg tot ik ’s avonds in slaap val, is mijn hoofd gevuld met muziek. Soms droom ik zelfs muziek.

Het vertegenwoordigt absoluut wie ik als vrouw ben. Als ik muziek hoor of zie, ben ik volledig mezelf. Dat is niet tegen te houden. Ik word er mooier, beter en gelukkiger van. Zonder muziek zou ik sterven. Klinkt dramatisch, toch is het voor mij een waarheid als een koe.

Voor sommige mensen is muziek als behangpapier: op de achtergrond aanwezig maar niet echt van fundamenteel belang. Voor mij is het moeilijk te begrijpen dat er mensen zijn die niet bij elke belangrijke gebeurtenis in hun leven een lied voelen. Een welbepaald nummer kan mij zonder aarzelen in een welbepaalde sfeer brengen. Sommige liedjes katapulteren mij ogenblikkelijk terug in de tijd of de levenssituatie waarin ik zat toen het nummer regelmatig werd gespeeld op radio en tv.

Misschien net zoals in de bedrijfswereld (voor zover ik daar echt iets van ken), is de muziekwereld er één van mannen. Vrouwen worden er dikwijls voorgesteld als bimbo’s met verbouwde lijven of als sjoebiedoewab-madammen op de achtergrond. Vandaar dat ik écht een gloeiende hekel heb aan mensen als 50cent, Pdiddy en Snoopdoggydog (of heet die mens nimmer zo?). Hun muziek mag dan misschien goed zijn (ahum), hun voorstelling van vrouwen is echt om ze op een kanon te zetten en naar de maan te schieten.

Ik heb niets tegen een sexy imago of een wulpse vrouw in bikini maar dan moet het wel mét inhoud en uit eigen keuze zijn.

Janet Jackson mag dan enorm voos klinken in interviews, haar muziek kan mij al bekoren sinds ik 12 was. Madonna vind ik ontzettend goed. Toch twee madammen die hun lijf én hun stem gebruiken om hun muziek te maken.

Sarah McClachlan is op allerlei gebied een grote madam. Sarah Bettens kan mij absoluut krijgen. Annie Lennox is een voorbeeld. Allison Moyet een klassedame, Lisa Stansfield een enorme aanwezigheid in mijn collectie …

En voor ik het weet tollen de dames door mijn hoofd. Vrouwenmuziek heeft niets te maken met sentimentaliteit, boobies of rare kapsels. Vrouwen kunnen muziek maken die lef heeft, die binnenzit voor je het weet.

Lijstjes zijn niet mijn favoriete bezigheid maar ik kon het toch niet laten:

Dames mét ballen: Anouk, Björk, Kelis, Alanis Morissette, Macy Gray,
Dames met jeugdsentiment: Pat Benatar, Gloria Estefan, Aretha Franklin, Carole King, Barbra Streisand, Tanita Tikaram, Grace Jones, France Gall, Suzanne Vega,
Exentrieke dames mét een boodschap: Tori Amos, Tracy Chapman, Dido, Enya, Sinead O’Connor,

Dames die gewoonweg GOED zijn: Diana Krall, Des’ree, Norah Jones, KT Tunstall,

Dames die niet mogen praten maar wel goeie/leuke muziek maken: Mariah Carey, Whitney Houston, Dolly Parton, Christina Aguilera,

Dit verdient de oscar voor de meest onvolledige lijst ter wereld, want er zijn heus nog meer madammen met een stem om U tegen te zeggen. Vul gerust aan!

Enne … in mijn volgend leven, bén ik Kate Bush.





Leven is een kaartspel 5

29 03 2008

Schoppen vijf:

Let op uw rug. Vertil u niet. 





Wijvenweek: Wat mannen niet begrijpen

29 03 2008

Misschien moeten we hier van maken: wat mannen WEL begrijpen. Ik vrees dat dat lijstje heel wat sneller geblogd wordt dan de opsomming van wat ze dan allemaal NIET begrijpen.

Neeeje … daar meen ik niks van. Naar mijn gevoel begrijpen mannen best veel. Zeker in mijn generatie. Ik voel me door veel mannen graag gezien en geappreciëerd voor wie ik ben. Mijn beste maatjes zijn vrouwen maar toch ook wel enkele mannen. Alleen speelt daar toch het sekseverschil mee. Ik heb altijd de neiging om dan wat giechelig te worden. Vóór u mij helemaal een dom blondje vindt (kan niet, ik ben brunette, afin): ik ben zo dol op mannen dat ik bij hen meestal wel mezelf ben. En dat vind ik zalig.

Ook dit gegeven heeft een geschiedenis.

Mannen hebben blijkbaar de onzalige eigenschap om NOOIT verliefd op mij te worden. Ik ben een toffe, een grappige, een leuke maat, kameraad-type maar zelden of nooit de sexy, die-wil-ik-hebben-vrouw. Als puber is dat een hatelijk gebeuren, als madam van 37 is dat een fijne wetenschap.

Er is wel één belangrijk iets dat ikzelf niet snap van mannen. Namelijk hun tijdsbesef. Dat is desastreus. En dan gaat dat niet over al dan niet op tijd arriveren, neen, dat gaat over de trein der traagheid waarmee ze hun te-voeren-gesprekken, belangrijke telefoontjes en/of in-hun-strot-geduwde-gevoelens negeren/ uitstellen/ negeren/ uitstellen …

Wanneer het eind-e-lijk zo vér komt, dat hij tóch zijn emoties kwijtgeraakt, ben ik al klaar voor de volgende stap. Die komt voor hem altijd té snel, te vroeg.

Heren, een goede raad van Tantieris (Kaat was even niet beschikbaar): Indien u er, na lang aarzelen of enorme moed-indrinkende-hoeveelheden alcohol, dan toch in slaagt om tegen een vrouw te zeggen dat u haar graag ziet, aantrekkelijk vindt, in uw bed wil krijgen, van haar wil scheiden, een kind wil schenken, en god weet wat mannen nog allemaal kwijtwillen … kan u na deze uitspraak dan een ietsiepietsie sneller reageren dan twee weken of een maand na haar passionele JA of NEEN of MISSCHIEN …

Er is niets zo vervelend (understatement of the year) om op uw honger te blijven zitten, nadat je jezelf volledig in volle overgave hebt (bloot)gegeven. Terwijl jij denkt: “Ja, dat hebben we dan eindelijk out in the open gebracht. Nu kunnen we eindelijk verder gaan.”, lijkt hij van het lamgodsgeslagen. Hij aarzelt, twijfelt zodanig dat uw zenuwen ter plekke een fitnessbeurt van 4 uur ondergaan.

Om uw haren uit te trekken. Ja …

Gelukkig beschik ik over een enorme hoeveelheid (bruine) haren. Ik heb er namelijk al heel wat uitgetrokken.

En dat is het enige dat ik niet begrijp van mannen. Wat zij niet begrijpen van mij … tja, dat kom ik wel te weten binnen een maand of twee. Als mijn geduld nog overeind staat.





Wijvenweek: kinderen

28 03 2008

Ik ben geen roze moeder. Die wolken zijn er nooit geweest. Zoonlief was een cadeautje waarop lang werd gewacht en ’t was/is de moeite. Een levensuitdaging, zeg maar. Een enorme spiegel die me doet slikken en nadenken over wie ik zelf dan wel ben.

Over mijn kind schrijf ik af en toe wel wat maar niet zo veel. Ik heb 1 foto van hem in mijn tas zitten en moet bij officiële instanties soms écht nadenken over wat zijn juiste geboortedatum nu weer is.

En toch is hij mijn oogappel, mijn alles, mijn liefste, liefste, liefste, liefste ….

Maar ik ben geen moeder die constant over haar kind praat. Met mijn vriendinnen doe ik dat ook nooit. Het beginonderwerp is meestal wel de kinderen. Beroepshalve kon ik best de juiste vragen stellen op de juiste moment.
Na een poosje is het dan voor mij wel goed geweest. ‘Kinderen’ is voor mij ‘een’ gespreksonderwerp, niet hét gespreksonderwerp. Dat gevoel stamt nog uit de tijd dat ik bij de mannen ging zitten op feestjes, terwijl de vrouwen niets anders deden dan over de kakbroeken en de tutjesperikelen van hun kinderen praten, een godganse avond lang. Toen werd ik daar misselijk van. Nu doe ik even mee en dan ga ik weer terug bij die mannen zitten. Want ik praat liever over auto’s, geld, de playboy en seks … euh … neen, ook niet echt. Maar u catched mijn drift wel, zeker?





Wijvenweek: mijn huishouden

27 03 2008

Hier praat ik NIET over. Ik vind er niks aan. Ik laat het doen. Ik betaal om het te laten doen. En dat is alles wat ik daarover wil zeggen.





Wijvenweek: mannen

26 03 2008

Aha, eindelijk één van mijn favoriete onderwerpen: mannen. Ik hou van mannen, ik praat daar graag mee, ik kijk daar graag naar, ik heb daar graag mee te doen.

Ik voel mij goed bij mannen. Nu ja, niet bij allemaal. Macho’s en watjes … das niks voor mij. De combinatie kan mij bekoren. Als puber had ik een poster van Sylvester Stallone én van Gino Vanelli hangen. (qua opbiechtmoment kan dit tellen, ahum).

Een man die probleemloos over zijn gevoelens praat, een traantje wegpinkt op gevoelige momenten en toch af en toe eens met zijn vuist op tafel slaat en heerlijk mannelijk is.

Voze moppen en zeker vieze moppen zijn uit den boze. Dat vind ik zo dom. Platte praat over vrouwen, dat soort mannen mag ook aan de deur gaan staan. Neen, dank u!

En hij moet goed kunnen vrijen. (zitten we hier eventjes in een opbiechtmoment, zeg).

Komaan, dames, geef het toe (of beaam het gewoonweg): een man die uw lijf kan bespelen zoals Tori Amos haar piano, Eric Clapton zijn gitaar, Phil Collins zijn drums en Sting zijn bas … dat willen we toch allemaal. (Merkte u de vrouw in deze opsomming?)

In elke man mag er wat ‘vrouwelijkheid’ schuilen. Liefst niet wat zijn uiterlijk betreft, maar wat al de andere karaktereigenschappen aangaat, welkom, heren, welkom!

Uitstraling blijft het magische woord. Mijn ‘type’ is/zijn grote mannen met zwart haar (en hier en daar wat grijs ertussen). Manlief voldoet niet aan die omschrijving maar zijn lach en zijn ogen bekoren mij meer dan whatever op deze wereld.

Dus een man moet niet zozeer knap zijn maar bovenal aantrekkelijk. Een lelijke man met mooie handen en een mooie stem kan mij evenzeer krijgen. Of nog sneller dan een stuk waar geen gebenedijd woord uitkomt. Inhoud meets looks.

En HUMOR! Het a.l.l.e.r.b.e.l.a.n.g.r.ij.k.s.t.e. aan een man die mij wil kunnen krijgen. Indien hij mij doet lachen, ligt hij zowiezo in de bovenste schuif.

Snapt u nu mijn idolaat gedoe rond Pieter Embrechts?